Aanpak meer- en hoogbegaafde leerlingen

Cognitief getalenteerde leerlingen hebben minder inoefening nodig en hebben daarnaast tijd nodig voor verrijkingswerk. Daarom wordt het basiswerk van de vakken taal, spelling en rekenen gecompact. Hiervoor volgen we het advies van de lesmethode.

We bieden verrijking aan door middel van verdiepen en/of verbreden. Daarnaast kunnen er ook vaardigheden aangeleerd worden. We beginnen als eerste met verdieping vanuit de methode. Hierbij gaat de leerling dieper in op de stof van het onderwerp. Daarna kijken we naar verbreding. Hierbij zoeken we de uitdaging op een zijterrein. Bij verbreding kan er aan veel vaardigheden gewerkt worden, zoals leren doorzetten ,leren omgaan met verliezen, leren leren.

Op school zijn verschillende materialen aanwezig. Per kind bekijken we welke geschikt zijn om het kind te laten ontwikkelen en antwoord te geven op de hulp/leervraag van een kind.

- We zetten in op vaardigheden zoals leren leren, mindset, executieve functies.

- We hebben opdrachten die aansluiten bij verbreding en/of verdieping.

We streven ernaar om de uitvoering zoveel mogelijk in de klas plaats te laten vinden. We zijn van mening dat het belangrijk is dat de kinderen onderdeel blijven van hun klas. Daarnaast leent het Daltononderwijs zich er uitstekend voor om de kinderen zelfstandig aan hun eigen taken te laten werken. Vanaf groep 3 werken we al met een taakkaart. Hierop kunnen de kinderen hun taken plannen. Als kinderen verrijkingswerk hebben dan kunnen zij dit ook op hun taakkaart plannen. In groep 1-2 wordt er met een planbord gewerkt. Hier plannen de kinderen hun taken op. De kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong die structureel verrijkingswerk nodig hebben, starten al bij groep ½ met een taakkaart. Hierop staan hun taken die zij ook plannen en evalueren.

Soms komt het voor dat een leerling behoefte heeft aan contact met peergenoten, andere cognitief getalenteerde leerlingen die op dezelfde manier leren en denken. Daarnaast kan het ook voorkomen dat een leerling bepaalde vaardigheden nog niet beheerst om zelfstandig in de klas te werken aan de verrijkingstaken. Dan kan het voorkomen dat we beslissen dat een kind tijdelijk ondersteuning buiten de groep krijgt door de specialisthoogbegaafdheid, IB of onderwijsassistent. Zodra het kind de vaardigheden ontwikkeld heeft, kan dit stopgezet worden. Daarnaast kan het voorkomen dat er in een klas verschillende kinderen zitten met individuele hulpvragen op meerdere vlakken. Hierdoor kan het voorkomen dat de leerkracht niet al die kinderen kan begeleiden. Dan kan er ook voor gekozen worden om een leerling tijdelijk met meerdere leerlingen buiten de groep te laten werken.